Tekst Pieter Verbeek

Met de nieuwe Data Unie Strategie wil de Europese Commissie een interne markt voor data creëren die innovatie, AI en concurrentievermogen versterkt. Wat betekent dat concreet voor Nederland? Volgens Simon de Jong, beleidsadviseur Digitale Economie bij het ministerie van Economische Zaken (EZ), staat Nederland er goed voor, al vraagt de implementatie om scherpe keuzes en nauwe samenwerking. En om een blijvende balans tussen economische en maatschappelijke waarden. 

Simon de Jong

De Jong is vanuit zijn rol bij EZ lid van het EU Datanetwerk van Realisatie IBDS. Het netwerk opereert als samenwerkingsplatform voor Nederlandse overheidspartijen om ze te verbinden met Europese ontwikkelingen op datagebied. Voorafgaand aan de publicatie van de Europese Data Unie Strategie heeft het netwerk namens de Nederlandse overheden het position paper ‘Sturen op Datawaarde’ bij de Europese Commissie als input ingediend. Daarin pleit het netwerk voor een balans tussen de economische en de maatschappelijke waarde van data.

Nu de Europese Data Unie Strategie er is, gaan we volgens De Jong een volgende fase in van het Europese databeleid. “De Europese Commissie zet vol in op databeschikbaarheid voor AI, op gemeenschappelijke Europese Data Spaces en op een sterkere digitale soevereiniteit van Europa. Dat raakt direct aan wat wij in Nederland doen op het gebied van data, AI en digitalisering.” 

Nederlandse voorsprong

Wij hebben als Nederland in Europa een goede uitgangspositie, stelt De Jong. “We staan er goed op als het gaat om digitalisering. Dat komt onder andere door het Nationaal Groeifonds, waarmee we grote datadelingsprojecten hebben kunnen starten. Denk aan initiatieven in de zorg, zoals Health-RI, - een geïntegreerde infrastructuur die gezondheidsdata veiliger en makkelijker herbruikbaar maken voor onderzoek, innovatie en beleid- en DIL/BDI in de logistiek, waar data-uitwisseling en informatiedeling centraal staan. Nederlandse datadeelprojecten geven ons een voorsprong en stellen ons in staat om in Europa goede voorbeelden te laten zien.” 

En aangezien Nederland die voorsprong wil vasthouden bij de verdere uitwerking van de Europese datastrategie, werkt EZ samen met andere ministeries aan een Nederlandse positionering: hoe kijkt Nederland naar de Europese plannen en wat betekent dat voor nationaal beleid? 

De Data Journey: secundair data gebruik onder de European Health Data Space

Tijdens de IBDS-Stelseldag op 11 februari nemen nemen VWS en Health-RI je mee in een sessie in de belangrijkste processtappen van secundair data gebruik onder de European Health Data Space. Veel van deze processtappen en elementen in de infrastructuur zijn generiek en/of vergelijkbaar voor andere data spaces en type datadomeinen. Van het zoeken van (meta)data, het aanvragen van data, koppelen van datasets, pseudonimiseren, analyse in een beveiligde verwerkingsomgeving tot aan het bieden van transparantie over wat er met de data gebeurt. Vooral ook aan burgers over wie de data gaan. Meld je aan voor de IBDS-Stelseldag.

Drie pijlers van de Europese datastrategie

“We staan er goed op als het gaat om digitalisering."

Maar wat is nu precies de nieuwe datastrategie van de EU? De Jong vat deze samen in drie pijlers. De eerste is databeschikbaarheid voor AI. “Het datadomein en het AI-domein groeien steeds meer naar elkaar toe. Dat zie je ook in Nederland.” Als tastbaar voorbeeld noemt hij de komst van een nationale AI-faciliteit in Groningen. “Daar komt een krachtige AI-rekenfaciliteit, met daaromheen een kenniscentrum. Het wordt een broedplaats voor AI-innovatie, waar startups en onderzoekers met data en AI aan de slag kunnen.” 

De financiering van dit initiatief is inmiddels rond: de Europese Unie betaalt de helft, de rest komt onder meer van meerdere Nederlandse ministeries, maar ook de regio Groningen/Noord-Drenthe betaalt mee. “In 2026 moet het kenniscentrum van start gaan. Het is een mooie manier om de vele dataprojecten die we al hebben, met elkaar te verbinden.” 

"Beschermen dus waar het moet, samenwerken waar het kan.”

De tweede pijler gaat over harmonisatie van datawetgeving. De afgelopen jaren zijn er veel Europese wetten gekomen, zoals de Data Act, de Data Governance Act en de Open Data Richtlijn. De Jong: “Die zijn vaak los van elkaar ontwikkeld. Dat zorgt voor overlap en verwarring in terminologie. Idealiter worden begrippen en regels meer gestroomlijnd. Als we het hebben over een datahouder of datagebruiker, moet dat in alle wetten hetzelfde betekenen. Europa wil die harmonisatie nu versnellen, maar dat betekent wel minder ruimte voor nationale invulling.” 

De derde pijler in de Europese Datastrategie betreft internationale datastromen. “Europa heeft lang ingezet op open data en delen”, legt hij uit. “Maar de geopolitieke context verandert. We kijken kritischer: met wie delen we data, en welke data moeten we beter beschermen? Daarbij gaat het niet alleen om persoonsgegevens, maar ook om bedrijfsgevoelige informatie en kennis. Tegelijkertijd wil Europa de samenwerking met gelijkgezinde landen zoals Canada, Japan en Australië, juist versterken. Beschermen dus waar het moet, samenwerken waar het kan.” 

Van wetgeving naar uitvoering

De impact van Europese datawetgeving is groot, zowel voor bedrijven als voor overheden. “Bij high value datasets, een uitvoeringsverordening onder de Open Data Richtlijn, ligt er een duidelijke taak voor de overheid om data actief openbaar te maken,” zegt De Jong. “Dat is niet alleen een verplichting. We moeten ook zorgen dat die data daadwerkelijk gebruikt wordt en waarde creëert.” 

Een ander belangrijk thema is de relatie tussen overheid en bedrijfsleven. Europese regelgeving stuurt aan op zogeheten one-click compliance: geautomatiseerde rapportage door bedrijven aan de overheid. “Dat vraagt een digitaliseringsslag aan beide kanten. Overheden moeten de juiste infrastructuur en tools hebben, en bedrijven moeten daarop kunnen aansluiten.” 

Niet alle overheden zijn daar even ver in, erkent De Jong. “Maar we hebben de afgelopen jaren al veel bereikt. Kijk bijvoorbeeld naar het Federatief Datastelsel.” Tegelijkertijd zorgen nieuwe Europese omnibus-trajecten – waarin meerdere wetten worden samengevoegd – voor extra complexiteit. “Sommige wetten zijn nog nauwelijks ingevoerd, terwijl ze alweer moeten worden aangepast. Daarom is het cruciaal dat Nederland goed in beeld heeft wat de effecten zijn van die wetgeving.” 

"We hebben de afgelopen jaren al veel bereikt. Kijk bijvoorbeeld naar het Federatief Datastelsel.”

Maatschappelijke waarden staan centraal

De Jong benadrukt hoe belangrijk het is om nadrukkelijk maatschappelijke waarden te borgen in dataprojecten, precies zoals ook in het position paper van het EU Datanetwerk wordt beschreven “We zijn als Nederland wetenschappelijk sterk in responsible AI,” zegt De Jong. “Neem bijvoorbeeld een initiatief als ChatGPT NL, waar wordt gewerkt aan een Nederlands large language model (LLM) op basis van data die onder duidelijke voorwaarden worden verzameld. We halen niet zomaar alles van het internet, maar maken afspraken met bijvoorbeeld nieuwsbedrijven over het gebruik van hun informatie. Dat is een bewuste keuze.” 

Die aanpak ziet hij als een Europese niche. “We kunnen misschien niet concurreren met de grote Amerikaanse of Chinese spelers in schaal, maar wel in kwaliteit en waarden. En daar is steeds meer waardering voor. Het federatieve datamodel past daar goed bij. Geen grote, gesloten platforms, maar veel kleinere spelers die samenwerken en data uitwisselen op basis van open standaarden. Dat past bij onze Nederlandse poldertraditie en bij een gelijk speelveld.” 

Ook economisch gezien sluit dat aan bij het Nederlandse beleid. De Jong: “Een goed werkende markt is er één met keuzevrijheid en overstapmogelijkheden. Kijk naar de cloudmarkt: die wordt gedomineerd door een paar grote spelers. Met Europees databeleid willen we de lock-ins bij die bedrijven doorbreken.” 

Data Spaces

Europa werkt aan de ontwikkeling van gemeenschappelijke Data Spaces. Cruciaal voor aansluiting daarbij zijn standaarden en architectuurkeuzes, stelt De Jong. Vanuit de Data verordening lopen inmiddels verschillende Europese standaardisatietrajecten, zoals het Trusted Data Framework. “Ook in Nederland kijken we hiernaar. We hebben bij de Nederlandse normorganisatie NEN (Nederlands Normalisatie Instituut) een normcommissie opgezet waarin bedrijven en overheden kunnen meepraten en waarmee we als Nederland positie kunnen innemen.” 

Daarnaast kondigt Europa nieuwe standaarden aan, onder meer voor datakwaliteit, metadata en data etikettering. “Voor AI is dat essentieel. Zonder goede context begrijpt een algoritme de data immers niet.” Nederland is volgens De Jong goed vertegenwoordigd in deze discussies. “Er zitten opvallend veel Nederlanders in Europese expertgroepen. TNO speelt daarbij een belangrijke rol, zowel nationaal als in Europese hubs, zoals het Data Space Support Centre.” 

Datastrategie zorgt voor sterker Europa

Kan de nieuwe datastrategie Europa sterker maken tegenover de VS en China? “Het helpt,” zegt De Jong. “Aan de ene kant door data beter te beschermen, aan de andere kant door strategische autonomie te vergroten en lock-ins te verminderen.” Maar data alleen is niet genoeg, gaat hij verder. “Als je data goed organiseert, maar alles draait nog op een Amerikaanse cloud, ben je er nog niet.” 

Er liggen genoeg kansen dus in de Europese Data Unie Strategie, stelt De Jong. Maar het vraagt wel om scherpe keuzes. “Het is nu aan ons om die Europese ambities te vertalen naar een Nederlandse praktijk die tegelijk innovatie stimuleert én maatschappelijke waarden beschermt.” 

De geïnterviewde spreekt in dit interview op persoonlijke titel en niet namens het ministerie. 

IBDS-Stelseldag 11 februari

De Europese Data Unie Strategie wordt ook uitvoering besproken tijdens de IBDS-Stelseldag op 11 februari 2026. In de sessie ‘Data en AI, de NDS en de EU’ wordt de keten van data tot AI, de NDS en Europese ambities uit de doeken gedaan en krijgen deelnemers een beter beeld wat Nederland de komende tijd gaat aanpakken.