Tekst Loïs Diallo
Toen Nephtis Brandsma vier jaar geleden aantrad als Chief Data Officer van de gemeente Groningen, was het landschap tegelijk veelbelovend én diffuus. Op allerlei plekken werkten collega’s al met data, analyses en nieuwe technologie. Maar zonder gezamenlijke taal, zonder samenhang en zonder duidelijk beeld van wat een CDO precies zou moeten doen. “Het was een nieuwe functie zonder routekaart,” vertelt ze. “Ik merkte hoe veel er al gebeurde, maar ook hoe weinig die initiatieven elkaar vonden. Al snel merkte ik dat de uitdaging niet was om enthousiasme te creëren, maar om de bestaande energie rond data te bundelen.”
In het eerste jaar koos Brandsma bewust voor een verkennende rol. Ze sprak met teams, dronk eindeloos veel koffie en liet zich verrassen door wat er al speelde. “Er kwam heel veel op me af. Ik liet het over me heen komen. Ik dacht eerst dat ik vooral een soort data-sales moest doen. Maar collega’s waren al lang met data bezig. Ik hoefde niet te trekken, maar te verbinden.”
Die periode was intens. Groningen telt zestien directies en, afhankelijk van hoe je telt, 3500 tot 6000 medewerkers, terwijl zij samen met één young professional aan data werkte. Tijdens de CDO-opleiding, mede ontwikkeld door het programma Realisatie IBDS, hoorde ze dat de functie burn-outgevoelig is en dat veel CDO’s na een korte periode weer vertrekken. Haar prioriteit werd daarom: geen burn-out. “Je kunt overal instappen, maar dan kom je nergens.”
Functie “gekraakt”
Gaandeweg ontdekte ze wat wérkte. Ze schreef haar eigen verhaal over wat data is, testte dat bij collega’s en leerde hoe ze moest aansluiten bij de logica van de organisatie. “Je hoort vaak: sluit aan bij de bedrijfslogica. Maar hoe doe je dat? Door taal te kiezen die mensen herkennen. Je merkt vanzelf wat wel en niet aansluit.” Deze praktische manier van werken werd de basis van haar rol. “Voor mijn gevoel heb ik de functie inmiddels gekraakt.”
Verbinding vóór mandaat
Wat haar aanpak onderscheidt, is dat ze nooit begint over mandaat, kaders of bevoegdheden. “Ik introduceer mezelf altijd met: ik heb de opdracht om de organisatie te helpen slim en verstandig met data om te gaan. Dat is een vriendelijk frame en werkt beter dan meteen over mandaat beginnen.”
Zo respecteert ze de autonomie van collega’s, maar creëert ze in de praktijk wél ruimte om kaderstellend te zijn. “Helpen en adviseren zijn óók vormen van kaders geven.” De discussie over mandaat vindt ze belangrijk, maar in Groningen koos ze ervoor eerst te laten zien wat de functie toevoegt. “Als mensen ervaren dat het werkt, wordt het vanzelf logisch om het mandaat formeel te regelen.”
“Je kunt overal beginnen, maar dan doe je uiteindelijk niets.”
Evenementen als vliegwiel
Een van de grootste verrassingen was hoe effectief het is om nieuwsgierigheid te organiseren. Voor corona was al gewerkt aan een datacongres. Dat kon niet doorgaan, maar de behoefte bleef. Uiteindelijk werd het een kleiner evenement met een lezing van Ronald Damhof (CDO bij het ministerie van Justitie en Veiligheid). “Collega’s kwamen na zijn lezing naar me toe met: ‘Eindelijk zegt iemand wat wij al jaren zien.’ En ze wilden helpen het op te lossen. Dat had ik niet verwacht.”
Daarna volgde een reeks lezingen en bijeenkomsten onder de vlag Duurzaam Digitaal Groningen. Uiteindelijk groeide dit uit tot Bloei Digitaal, een festivalachtige dag met bijna duizend aanmeldingen. Evenementen bleken een vliegwiel: ze brachten beweging, versterkten het gesprek over datagovernance en zorgden ervoor dat collega’s zélf aanklopten. “Het werkt beter als mensen naar jóu toekomen. Dan hebben ze al een vraag en staan ze open voor je antwoord.”
“Doe alleen dingen waarvan je weet dat je ze kunt waarmaken.”
Gegevensmanagement en gedeelde taal
Waar veel organisaties vooral worstelen met techniek of privacy, zag Brandsma dat de grootste uitdaging elders lag: gegevensmanagement en gedeelde taal. “Datagedreven werken betekent voor iedereen iets anders,” zegt ze. Ze onderscheidt drie onderdelen die binnen het vakgebied samenkomen:
-
data als stuurinformatie en basis voor beleidsevaluatie;
-
datatoepassingen als innovatie, zoals Digital Twins en voorspelmodellen;
-
data als gegevenshuishouding: datagovernance, afspraken, metadata, kwaliteit.
“Al deze sferen zijn valide en belangrijk. Maar vanuit mijn rol als boegbeeld wilde ik één kernboodschap kunnen uitdragen. Dat was een enorme uitdaging.”
Omdat teams vanuit hun eigen context registreren, spreekt niet iedereen dezelfde taal. Dat wordt zichtbaar bij maatschappelijke opgaven. Ze gebruikt daarvoor vaak het bomenvoorbeeld. Voor collega’s van riolering zijn bomen objecten die invloed hebben op leidingen en waterafvoer. Het team biodiversiteit kijkt juist naar soorten, leeftijd en ecologische waarde. Beheer wil vooral weten wanneer er gesnoeid moet worden. Beleidsafdelingen kijken naar schaduwvorming of het percentage groen. “Iedere afdeling registreert andere kenmerken, vanuit een ander doel. Je kunt die data niet zomaar stapelen. Je moet eerst samen bepalen wat de data betekenen. Metadata is daarbij essentieel: zonder context begrijp je de betekenis niet en kun je er in feite niets mee.”
Kleine stappen, grote impact
Na de verkennende jaren kwam er ruimte om gerichter keuzes te maken. Groningen koos bewust voor haalbare stappen, zonder grote veranderprogramma’s. Soms betekende dat níét instappen. “We stapten niet in elke applicatievervanging. Ik heb echt dingen laten lopen. Ik stap ergens pas in als ik het ook waar kan maken. En voor sommige onderwerpen hadden we de kaders nog gewoon niet.”
Tegelijkertijd greep ze kansrijke momenten aan. Zoals de vervanging van een applicatie bij Stadsbeheer, die bewust werd geframed als digitale transformatie. Niet als technisch project, maar als kans om anders over gegevens na te denken. “Collega’s gingen zich afvragen wat ze nog meer kunnen en willen met data. Het veranderde het gesprek.”
“Data wordt altijd gemaakt — in context en met een doel.”
De datastrategie moest rijpen
Waar veel organisaties beginnen met een datastrategie, deed Groningen dat pas jaren later. “Ik wist nog niet waar de organisatie op zat te wachten of wat het meest nodig was. En als je grote woorden opschrijft die je niet waar kunt maken, ben je snel je geloofwaardigheid kwijt.”
Haar filosofische achtergrond hielp bij de volgende stap. “Data lijkt objectief, maar wordt altijd gemaakt. In een context en met een doel.” Toen ze aantrad, merkte ze dat ze geen goed antwoord had op wat data precies ís, terwijl techniekfilosofie haar studieachtergrond is. Ze ontwikkelde daarom een werkdefinitie: data is een systematische omschrijving van een stukje werkelijkheid, gemaakt door mensen, systemen of apparaten, vanuit een context met een bepaald doel.
“Collega’s begrijpen door die uitleg veel sneller waarom afspraken nodig zijn én waarom dingen soms mislopen. Het maakt governance tastbaar en logisch.”
Diezelfde logica hielp om datagovernance begrijpelijk op te bouwen. De governance-pijler van de datastrategie bestaat nu uit vijf paragrafen: grip door overzicht, grip door afspraken, inzicht in betekenis, leidende bronnen en kernregistraties, en grip door kwaliteit. De strategie is met zo min mogelijk jargon geschreven en ligt nu klaar ter vaststelling. “In 2026 volgt een interne kick-off. Dan sta ik voor het eerst zelf op een podium en gaan we hopelijk echt stappen zetten richting meer samenhang en effectieve afspraken.” Realisatie IBDS introduceert binnenkort het Afwegingskader Datagovernance.
Maak data tastbaar
Een bijzonder Gronings hulpmiddel is de glossy Dataverhalen, waarin collega’s laten zien wat ze doen met data. “Het werkt geweldig. Je zet collega’s in het zonnetje, het wordt meteen duidelijk wat data in de praktijk betekent, en hoe verschillend datagedreven werken kan zijn. Geen consultancyverhalen, maar eigen collega’s met echte casussen.” De glossy wordt opnieuw ingezet om de datastrategie intern te laten landen.
Wat organisaties van Groningen kunnen leren
- Begin met verkennen - een strategie werkt pas als je weet hoe je organisatie daadwerkelijk werkt.
- Organiseer energie, niet overtuiging - evenementen, sprekers en verhalen werken beter dan pushen.
- Kies bewust waar je instapt - niet elke kans is een kans die je moet pakken.
- Maak data begrijpelijk - geen jargon, maar afspraken, inzicht en betekenis.
- Gebruik interne voorbeelden - herkenning versnelt bewustwording.
Wat Brandsma verder zou helpen
Brandsma ziet een aantal verbeterpunten in de landelijke beweging rond datagedreven werken. Ze mist vooral praktische, diepere voorbeelden van governance die werkt. “Niet nóg een abstract overzicht van rollen en principes. En ook niet nóg een showcase van innovatieve projecten - die ken ik. Ik zoek: hoe richt je een gegevensboekhouding in, hoe bepaal je welke data in je kernregistraties horen, hoe organiseer je governance in een relatief decentrale organisatie? Hoe ziet dat er uit in een gemeente?”
Ze volgt de ontwikkelingen rond gegevensboekhouding met interesse en zoekt voorbeelden die ze kan hergebruiken. Ook zou ze graag zien welke gemeenten waarmee bezig zijn. “Ik zoek nu zelf via Google en mijn netwerk wie er werken aan kernregistratiebeleid. Dat kan veel handiger en collectiever.”
“Eén probleem tegelijk.”
Meer diepgang
Groningen verkent of aansluiting op het Federatief Datastelsel relevant is, maar bouwt eerst de eigen gegevenshuishouding uit. “Het FDS kan helpen bij opgaven zoals de energietransitie, maar niet als onze eigen data niet op orde is.” Ze heeft vooral behoefte aan praktisch handelingsperspectief. Daarom komt ze op 11 februari naar de IBDS-Stelseldag 2026. In een sessie deelt Nepthis haar lessen als CDO van Groningen. Waar begin je, hoe hou je vast aan je koers en hoe bepaal je waar je wel en niet op richt?
Wat blijft hangen: realisme en energie
Terugkijkend ziet Brandsma een organisatie die groeit in volwassenheid én bewustzijn. “Collega’s snappen steeds beter dat we directie-overstijgende afspraken nodig hebben. Ze begrijpen dat dingen mis kunnen gaan als we dat niet regelen. Dat besef groeit echt.”
De komende fase draait om uitvoering: de datastrategie laten landen, governance opbouwen en doorbouwen aan grip op gegevens. “De kracht zit in het praktisch maken. Niet in grote woorden, maar in laten zien wat data oplevert in het werk van vandaag.”