
CDO Datagedreven sinds 1854
Interview met Wim Som de Cerff, CDO KNMI
Het KNMI is al “sinds de oprichting in 1854 een datagedreven organisatie”, zegt CDO Wim Som de Cerff. Het gebruik van data is de afgelopen jaren sterk veranderd, net als de gebruikers van die data. Dat biedt volop uitdagingen voor het KNMI, en bij een deel daarvan is ondersteuning door het programma Realisatie IBDS meer dan welkom.
Bij veel overheden zijn ‘data’ documenten. Bij het KNMI niet: daar gaat het over metingen, modeloutput en satellietwaarnemingen. Het KNMI is een agentschap van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het is een rijkskennisinstelling met als missie door onafhankelijke kennis, advies en waarschuwingen op het gebied van weer, klimaat en seismologie, bij te dragen aan een veilig en leefbaar Nederland. Daartoe verzamelt het meetgegevens, ontwikkelt het modellen en doet het toegepast en wetenschappelijk onderzoek.
CDO verbindt wetenschap en i-functie
Som de Cerff werkt al sinds zijn afstuderen bij het KNMI en is er sinds een paar maanden Chief Data Officer (CDO). Als CDO maakt hij deel uit van het CIO Office en is hij de verbinder tussen de wetenschap en de i-functie. Met een klein datamanagementteam houdt hij zich onder meer bezig met de inrichting van een data governancestructuur, het vergroten van de datageletterheid en met datavraagstukken, die met name gaan over het delen van data.
Van glazenwassers tot Schiphol
Het KNMI deelt al haar open data via een dataplatform. Iedereen kan hier data ophalen. Als geregistreerde gebruiker of anoniem. Een gevolg daarvan is dat het KNMI niet precies weet welke partijen hun data gebruiken. “We organiseren regelmatig evenementen waarop we onze gebruikers ontmoeten. Dat is heel leuk, vooral om te zien hoe breed onze data worden gebruikt.” Onder de gebruikers zijn organisaties waarvan je weet dat ze data over het weer gebruiken, zoals Schiphol en Rijkswaterstaat. Maar er zitten ook verrassende partijen tussen. Som de Cerff noemt een groot schoonmaakbedrijf, dat de data gebruikt om hun glazenwassers in te plannen. Online retailbedrijven, die de data gebruiken voor hun capaciteitsplanning. Ook de energiesector is een grote gebruiker, omdat zon- en windenergie steeds belangrijker worden. “We zien dat het gebruik van data is veranderd. Vroeger wilden organisaties de data vertaald hebben in een grafiek en namen ze die grafiek af, nu gebruiken ze de data om in hun systemen te integreren. Het is veranderd van een los product naar gebruik in het primaire proces.”
Hoe meer data hoe beter
Een aantal van de belangrijkste datavraagstukken van het KNMI heeft te maken met het inwinnen en delen van data, vertelt Som de Cerff. “Over het algemeen is de stelregel ‘hoe meer data hoe beter’, en dat geldt zeker voor ons. Veel partijen doen metingen en we zouden heel graag onderzoeken hoe we die data ook kunnen gebruiken.” Als voorbeeld noemt hij gemeenten, die met allerlei sensoren metingen doen in dorpen en steden. Dat soort gegevens heeft het KNMI niet, want de automatische meetstations van het KNMI liggen allemaal buiten de bebouwde kom (37 op land, 14 op zee). “Dat komt omdat onze meetstations zijn geoptimaliseerd voor wat wij nodig hebben, met voorwaarden als een vrij veld en geen hoge gebouwen of bomen eromheen.” Data van andere partijen, zoals gemeenten, kunnen een waardevolle aanvulling zijn.
Beeld: © Wim Som de Cerff / Wim Som de Cerff
Samenwerking verbreden
“Met de waterschappen werken we al samen. Zij leveren ons gegevens, wij valideren en leveren de data terug. Het is een win-win.” Met gemeenten wordt sporadisch samengewerkt, vaak rond specifieke onderzoeken. Het KNMI wil dit generieker organiseren en werkt daarvoor samen met de IBDS. “Zij hebben de contacten met gemeenten en provincies en ze hebben de afspraken voor het delen van data. Als we deze data inderdaad gaan delen, doen we dat volgens de afspraken van het Federatief Datastelsel.”
Basisregistratie voor meteo en klimaat
Er is nog een reden waarom het KNMI geïnteresseerd is in de uitgangpunten van het Federatief Datastelsel (FDS), vertelt Som de Cerff. “We zijn aan het verkennen of ons dataplatform een soort basisregistratie kan worden voor meteo en klimaat. Dan wordt dat dé bron voor deze data.” Dit zou een efficiencyslag en een kwaliteitsverbetering betekenen, omdat partijen nu soms verouderde data gebruiken voor bijvoorbeeld het maken van analyses.
“Het stelsel van basisregistraties werkt heel goed, dat staat als een huis. Maar er zijn steeds meer data nodig, uit allerlei bronnen. Het lijkt dus logisch om het stelsel uit te breiden met meer registraties. Het FDS is een goed antwoord op hoe je in zo’n stelsel gegevens uitwisselt. Ik vind de stukken over het FDS goed in elkaar zitten. Je ziet dat daar veel kennis is om dit soort vraagstukken op orde te brengen. Daar haken wij graag bij aan.”
Datavolwassenheid vergroten
Naast vraagstukken over data delen, houdt Som de Cerff zich als CDO bezig met de data governance en datageletterdheid binnen het KNMI. Want de organisatie mag dan al sinds de oprichting datagedreven zijn, er blijven aanpassingen nodig. “Datageletterdheid heeft bijvoorbeeld een nieuwe betekenis gekregen. Vroeger ging het over verantwoord datagebruik tijdens het onderzoek en lag de focus op de onderzoekspublicatie. Nu is niet meer alleen de publicatie van belang, maar ook hoe de onderliggende data zijn vastgelegd en beschikbaar worden gemaakt. Zodat een volgende onderzoeker deze data als startpunt kan gebruiken.”
De CDO houdt zich bezig met het vergroten van datageletterdheid met een klein datamanagementteam. Zij werken samen met data stewards in de hele organisatie, mensen die naast hun functie de datavolwassenheid van de organisatie proberen te vergroten. “Onze onderzoekers zijn de data-eigenaren, zij maken en leveren de data. Wij stellen eisen op het gebied van archivering, kwaliteit en metadata. De data stewards helpen met metadatering en zorgen ervoor dat als iemand de vakgroep verlaat, de datasets en de bijbehorende kennis goed overgedragen worden.”
Inzicht in datavolwassenheid
Om inzicht te krijgen in de mate van datavolwassenheid van de organisatie, gebruikt het KNMI de Beslishulp datavolwassenheid van de IBDS. “Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat deed een brede scan en wij deden daaraan mee. Het gaf ons goede informatie op welke punten we kunnen verbeteren. Bijvoorbeeld om KPI’s in te richten en de vooruitgang van de kwaliteit van metadata te meten. We gebruikten eerst de hulpmiddelen van DMBOK, maar we vinden die van de IBDS veel inzichtelijker.”
Heldere rollen voor data governance
Als het om data governance gaat, heeft het KNMI de verschillende rollen goed benoemd, zegt Som de Cerff. “We hebben daar nog wel een slag te maken; een aantal dingen moet nog beter worden beschreven.” Voor de governancestructuur wordt de CDO ondersteund door een dataregieteam, dat kijkt welke richtlijnen nodig zijn om de datahuishouding beter op orde te krijgen. Zoals het aanscherpen van het archiveringsbeleid. In het dataregieteam zitten, naast de CDO, onder meer een AI-specialist, specialisten op het vlak van wetenschappelijk datamanagement, de data-architect en een speciallist op het gebied van ‘2nd and 3rd party data’.
Standaardisatie maakt het gesprek makkelijker
Som de Cerff: “We gebruiken voor de inrichting van onze data governance zoveel mogelijk standaarden, met name van Geonovum. Standaard rolbeschrijvingen nemen we graag over.” Door standaarden te gebruiken, wordt het gesprek met andere partijen makkelijker, zegt hij. Je hebt het immers over hetzelfde, waardoor je weet wat je aan elkaar hebt. Dat is cruciaal voor goede samenwerking. Hij besluit: “Onze maatschappelijke taak gaat verder dan het leveren van afzonderlijke producten en diensten. We willen meer waarde bieden op datagebied, voor de samenleving en voor de BV Nederland. Daarvoor moeten we nog veel meer samenwerken met andere partijen.”