3 Europese vlaggen op een rij
Europa

Wat de Data Unie Strategie betekent voor data en AI

Europa als uitvoeringspartner

Europa zet de kaders. Nederland werkt ze uit in de praktijk en beïnvloedt de verdere uitwerking in Brussel. Tijdens de IBDS-Stelseldag 2026 stond die wisselwerking centraal. Wat betekent de Europese Data Unie Strategie concreet voor overheden die met data en AI werken? 

Franka Boender, beleidsmedewerker Digitale Technologie bij het ministerie van Economische Zaken, gaf een inkijk in die nieuwe Europese agenda. En vooral: in de keuzes die Nederland daarin maakt.

Van wetgeving naar doen

In 2020 presenteerde de Europese Commissie de eerste Europese datastrategie. Die ging vooral over wetgeving: hoe beschermen we data, hoe delen we die veilig, wat mag wel en niet? Uit deze strategie zijn de Data verordening en de Datagovernance verordening gekomen. Nu volgt de volgende fase, schetst Boender: “We verschuiven van wetgeven naar uitvoeren”. 

De nieuwe Europese Data Unie Strategie (2025–2030) richt zich niet primair op het maken van nieuwe wetten en regels, maar legt de nadruk op de praktische toepassing. De kernvraag: hoe benutten we data voor AI, innovatie en maatschappelijke opgaven?

Dat vraagt om drie dingen: 

  • een veilige basis voor datadeling 
  • betere afstemming van bestaande wetgeving 
  • heldere afspraken over internationale datastromen 

Wat zijn data spaces eigenlijk?

Een belangrijk begrip in de Europese Data Unie Strategie is ‘data space’. In Boenders optiek wordt dit woord vaak gebruikt zonder uitleg. Zij licht het begrip daarom toe: “Een data space is geen centrale databank. Het is een beveiligde omgeving of set afspraken waarin publieke en private partijen data veilig kunnen delen. Dat kan via encryptie, synthetische data of technische standaarden die uitwisseling mogelijk maken zonder dat iedereen in elkaars systemen hoeft te zitten.” 

Ze noemt een concreet voorbeeld: het delen van logistieke data rond havens: “Als vrachtwagens, terminals en leveranciers informatie delen over aankomsttijden en laadcapaciteit, kunnen wachttijden dalen en processen efficiënter verlopen.” 

Het idee achter de Europese inzet is breder, denkt ze: “Als we data veilig organiseren, kunnen we die ook benutten voor AI-ontwikkeling. Denk aan onderhoud van infrastructuur. Een algoritme kan voorspellen wanneer een brug onderhoud nodig heeft. Maar dat kan alleen als data over materiaal, leeftijd en gebruik beschikbaar zijn.” 

Beeld: © Franka Boender

Publieke waarde of markt? Nederland kiest positie

Financiering en rolverdeling vragen volgens Boender om scherpere keuzes. Europa stimuleert veel data spaces, onder andere via subsidies. Maar niet elk initiatief hoeft structureel publiek gefinancierd te blijven. “We moeten scherper nadenken waarom we iets financieren,” stelt ze. 

Boender: ”Sommige datadeelinitiatieven hebben een duidelijk maatschappelijk doel. Andere richten zich op commerciële markten die zichzelf mogelijk kunnen dragen. De Nederlandse inzet richting Europa is daarom: maak onderscheid tussen data-initiatieven met publieke en sociale waarde en initiatieven met primair economisch rendement. Leg publieke middelen daar waar maatschappelijke meerwaarde vooropstaat.” Dat is geen pleidooi voor minder investeren, maar voor gerichter investeren. 

Minder regels, meer samenhang

De tweede pijler van de strategie richt zich op het stroomlijnen van wetgeving. Zodat regels beter op elkaar aansluiten. Denk aan de AVG, en regels voor onder meer datadeling en cloudgebruik. Waar mogelijk moet naleving van regels onderdeel worden van systemen zelf. Dat vraagt om standaardisatie. Om interoperabiliteit. En om keuzes in architectuur. Boender wijst er daarbij op dat Nederland vaak verder is dan gedacht. Gemeenten werken al samen aan technische standaarden. Er bestaan al afspraken over gegevensuitwisseling. Dat betekent dat Nederland in Brussel niet alleen luistert, maar ook aanlevert. Europese voorstellen worden mede gevoed door de nationale praktijk. 

Internationale datastromen: veiligheid voorop

De derde pijler van de Europese datastrategie gaat over internationale gegevensuitwisseling. Data verlaten soms ongemerkt de Europese Unie. Bijvoorbeeld via cloudleveranciers of internationale ketens. De strategie wil hier scherper op sturen: met contracten, veiligheidseisen en duidelijke kaders voor samenwerking met derde landen. Dat raakt direct aan AI. Want voor het ontwikkelen van AI met data, is goede infrastructuur belangrijk. Want wie AI ontwikkelt met data,

Beeld: © Jasper Kars

Wat betekent dit voor de NDS en AI?

Waar Franka Boender tijdens de sessie het Europese speelveld schetste, bracht Jasper Kars (programmamanager NDS prioriteit AI, ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) het gesprek terug naar de nationale praktijk. Binnen de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) heeft AI een vaste, prioritaire plek. Niet als experiment, maar als gezamenlijke opgave. Wat daarbij bijzonder is, is de nadruk op hergebruik en opschaling: 

  • Er komt een opschaalfaciliteit om succesvolle AI-toepassingen bij meerdere overheden in te voeren. 
  • Er wordt gewerkt aan een overheidsbreed auditeerbaar kader voor verantwoord AI-gebruik.  
  • Open Nederlandse en Europese taalmodellen krijgen expliciete aandacht. 

Maar de rode draad blijft: zonder goed georganiseerde data geen verantwoorde AI.

Wat betekent dit voor de praktijk?

Voor beleidsmakers en CDO’s betekent dit concreet:  

  • Denk na over welke data echt nodig zijn voor maatschappelijke opgaven. 
  • Sluit aan bij bestaande standaarden in plaats van opnieuw te beginnen. 
  • Wees je bewust van internationale datastromen. 
  • Breng praktijkervaring terug in de nationale en Europese discussie. 

De Europese Data Unie Strategie is geen ver-van-mijn-bed-show. Wat in Brussel wordt afgesproken, raakt direct aan hoe overheden hun data organiseren en AI toepassen. Juist daarom is het belangrijk om nu aan te sluiten en mee te bouwen. 

De samenhang werd zichtbaar

De sessie maakte duidelijk dat Europa, NDS en IBDS geen losstaande trajecten zijn maar diep met elkaar verbonden afhankelijkheden. 

Vanuit de Europese Unie worden de kaders gezet voor veilige datadeling en AI-ontwikkeling voor alle lidstaten. Nederland werkt binnen de EU mee aan het opstellen van die kaders. Nederlandse programma’s zoals de NDS, de prioriteit AI en het programma Realisatie IBDS helpen overheden om Europese afspraken daadwerkelijk toe te passen binnen nationale kaders. 

De Europese Data Unie Strategie laat zien dat data en AI geen losse dossiers zijn. Wie AI wil inzetten, moet eerst zijn data op orde hebben: vindbaar, bruikbaar en uitwisselbaar. Daar ligt precies de opgave waar de IBDS aan werkt. Door afspraken te maken over data, standaarden en samenwerking, ontstaat de basis waarop overheden toepassingen kunnen delen en opschalen. 

De Europese koers is gezet. De Nederlandse praktijk is in beweging. Nu komt het aan op samen doen en laten zien wat werkt. 

21 mei: Webinar Van Europese datastrategie naar Nederlandse praktijk’

De Europese digitaliseringsagenda ontwikkelt zich in hoog tempo. Met de nieuwe Europese Data Unie Strategie verschuift de focus van wetgeving naar uitvoering: hoe benutten we data en AI concreet voor maatschappelijke en economische opgaven? 

Op 21 mei organiseert het EU Datanetwerk, onderdeel van Realisatie IBDS, een webinar voor professionals die beter willen begrijpen wat deze Europese ontwikkelingen betekenen voor hun eigen organisatie.

Programma en aanmelden

Ga naar: Webinar ‘Van Europese datastrategie naar Nederlandse praktijk’